
Sjoelen - Dutch Shuffleboard - Jakkolo - Billard Hollandais
De sjoelsite wordt beheerd door:Rien Reijns e-mail
Spelregels sjoelen Nederlands
voor meer informatie zie spelreglementen
Algemene Nederlandse sjoelbond
http://www.sjoelsport.nl/200908Spelreglement.pdf
1 ALGEMEEN
1.1 De spelregels zoals in dit reglement omschreven, moeten bij alle bondswedstrijden
in acht worden genomen.
1.2 Bij bekerwedstrijden kan hierop door de bekercommissie een uitzondering
worden gemaakt.
2 SPELMATERIAAL
2.1 Het spelmateriaal zoals in dit reglement omschreven, is in overeenstemming
met een door de bond goedgekeurde wedstrijdbak
De sjoelbak
is samengesteld uit de volgende houten onderdelen:
1. afzetbalk
2. bodem
3. zijwanden
4. poortenbalk
5. tussenwanden
6. achterwand
Aan de voorzijde van de poortenbalk zal boven elke opening een indicatie zijn
aangebracht. Deze indicatie kan bestaan uit cijfers of andere middelen doch
dient in ieder geval te bestaan uit een waardering die van links naar rechts
gezien bestaat uit:
2-3-4-1.
Figuur 2.
Waar in de figuur niet aangegeven gelden de volgende maten:
a. dikte zijwanden:
b. dikte tussenwanden:
c. dikte achterwand:
d. dikte poortenbalk:
2.5
SJOELSCHIJF
a. materiaal: beukenhout
b. glijvlak: hol
c. gewicht: 20 ±
d. diameter:
e. dikte:
2.6
CONTROLESTREEP
Op de bodem is een streep aangebracht loodrecht onder de achterkant van de
afzetbalk.
2.7 Niet genoemde onderdelen of afmetingen worden voor de sjoelsport van minder
belang geacht.
Opmerking: alle maten zijn aangegeven in millimeters.
Tolerantie: lengtematen ± 0.15%
overige maten ± 0.3%.
3
SPELREGELS
3.1 ALGEMEEN
Indien in dit reglement hij, deelnemer, speler, enz. wordt vermeld, dan worden
hiermee ook de vrouwelijke leden bedoeld,
tenzij dit
uitdrukkelijk anders is bepaald.
3.2
SPEELWIJZE
a. Elk spel begint met 30 schijven.
b. De deelnemer wordt geacht de schijven vóór aanvang
van het spel te hebben geteld.
c. Een schijf is in het spel zodra deze de streep
bij de afzetbalk geheel voorbij is.
d. Is een schijf éénmaal in het spel dan mag deze door niemand meer aangeraakt
worden. Uitzonderingen hierop zijn:
1. Een schijf die buiten de bak geraakt.
2. Een schijf die over de poortenbalk heen in een vak geraakt.
3. Een schijf die, anders dan door de poortenbalk, uit het vak geraakt en op
welke manier dan ook:
a. terugkomt in hetzelfde vak,
b. terugkomt in één van de overige vakken,
c. op één van de tussenwanden blijft rusten.
In bovenstaande gevallen neemt de jury de schijf direct uit het spel.
4. Een schijf die terugkomend, de streep aan de achterkant van de afzetbalk
geheel is gepasseerd.
De speler moet
deze schijf na toestemming van de jury uit de bak nemen en naast
de bak aan de kant van het jurylid leggen, zodanig dat deze gescheiden
is van de overige schijven die nog gespeeld moeten worden.
e. Een schijf is in het vak als deze onder de afzetbalk
door, de voorkant van de poortenbalk geheel is gepasseerd.
In twijfelgevallen dient de jury een recht afsluitlatje tegen de voorkant van de poortenbalk te schuiven, beweegt hierbij
de schijf dan
is deze niet in het vak.
f. De jury stapelt de schijven op stapels van
4 voor de eerste
De volgende stapels op 3, zie figuur 3.
De onderste
schijf van de eerste stapel in alle 4 vakken wordt los van de achterwand
geplaatst; max.
4 PUNTENTELLING
De puntentelling dient als volgt te geschieden:
in elk vak 1 schijf = 20 punten,
in elk vak 2 schijven = 40 punten,
in elk vak 3 schijven = 60 punten, enz.
Bevinden zich buiten deze berekening nog meer schijven in een vak dan tellen
deze schijven elk voor de punten van dat vak.
Voorbeeld:
In elk vak liggen 5 schijven en een extra schijf in vak 4.
De telling is dan 100 + 4 = 104 punten.
Maximaal haalbaar is dus 148 punten.
Boven de maximale score van 148 punten kan nog een bonus van maximaal 8 punten
worden behaald indien de speler de score van 148 punten behaald heeft in maximaal
twee onderbeurten.
Indien
De schijf wordt gespeeld waarna opnieuw wordt gestapeld. Indien de schijf twee
keer terug moet worden gegeven, wordt diezelfde schijf nogmaals gespeeld.
Alleen het resultaat van de gespeelde schijf in de eerste en, indien van toepassing,
tweede keer telt. Het aantal behaalde bonuspunten wordt berekend volgens bovenstaande
puntentelling, maximaal kan dus twee keer 4 bonuspunten worden behaald.
De uiteindelijke score is de som van de behaalde punten en bonuspunten.
Voorbeelden.
1. Een speler heeft 148 punten gescoord in twee onderbeurten. Hij krijgt nu
nog één schijf terug, welke hij in vak 2 werpt.
De speler heeft nu 148 + 2 = 150 punten behaald.
2. Een speler heeft 148 punten gescoord in één onderbeurt. Hij krijgt nu nog
twee keer één schijf terug. De eerste keer werpt hij deze in vak 4, de tweede
keer in vak 1. De speler heeft nu 148+4+1=153 punten gescoord.
5
SPELVOLGORDE
Een sjoelbeurt bestaat uit 3 onderbeurten in de volgende volgorde te spelen:
a. De speler telt de 30 schijven.
b. Na toestemming van de jury werpt de speler deze 30 schijven en geeft duidelijk
te kennen dat alle schijven geworpen zijn.
c. De jury bepaalt welke schijven in de vakken mogen
blijven en geeft de resterende schijven terug, evenals de schijven die tot
de uitzonderingen behoorden volgens art. 3.2.d.
d. De jury stapelt vervolgens de schijven en geeft hierna toestemming met de
resterende schijven te spelen. Het stapelen geschiedt volgens het spelreglement.
De speler controleert de terug te ontvangen schijven en start met de 2e onderbeurt.
e. Na de 2e onderbeurt volgt
de behandeling volgens c. en d.
f. De speler werpt daarna voor de laatste maal met
de dan overgebleven schijven, de 3e onderbeurt.
g. De jury bepaalt vervolgens weer welke schijven in de vakken mogen blijven
en gaat dan tot de puntentelling over. De jury zegt aan de speler de score
en na instemming van de speler wordt het resultaat genoteerd op de wedstrijdkaart,
welke daarna desgewenst aan de speler wordt getoond.
h. Als een speler in twee onderbeurten 148 heeft geworpen,
dan krijgt hij één schijf terug om te proberen nog maximaal 4 bonuspunten te
behalen zoals is beschreven in art. 4.
Wordt in één onderbeurt 148 gescoord, dan krijgt de speler twee keer één schijf
terug om te proberen nog maximaal 8 bonuspunten te behalen zoals is beschreven
in art. 4.
i. Zijn na de 1e of 2e onderbeurt reeds alle schijven
in de vakken, maar is er geen 148 gescoord, dan gaat de jury over tot de puntentelling.
6
BEPALINGEN
a. Een speler mag naar eigen keuze zittend of staand sjoelen, maar blijft tijdens
en na het spel te allen tijde achter de bak.
b. Een speler mag op verzoek 5 schijven op proef spelen.
c. Na aanvang van een beurt, dus na het werpen van
de eventuele 5 proefschijven, mag niet meer aan de sjoelbak geschoven worden.
Iedere speler draagt er zorg voor dat de bak in de oorspronkelijke stand terug
geplaatst wordt. Een speler mag geen veranderingen aan het spelmateriaal aanbrengen
door glijmiddelen of tussentijds poetsen.
d. Als tijdens het spelen een schijf breekt dan moet de gehele beurt opnieuw
gespeeld worden.
e. Als een spel met meer dan 30 schijven is gespeeld
dan vervalt de beurt en moet opnieuw gespeeld worden.
f. Is het spel met minder dan 30 schijven gespeeld
dan is geen correctie mogelijk.
g. Tijdens het sjoelen mag de jury niet praten en/of
andere handelingen verrichten die de speler kunnen beïnvloeden. Alleen op verzoek
van de speler mag de jury aangeven hoeveel schijven in de vakken zijn.
h. Op de afzetbalk mogen geen schijven geplaatst worden.
7
REGELS BIJ BONDSWEDSTRIJDEN
a. Tijdens het jureren mag het jurylid zijn eigen
wedstrijdkaart niet op de tafel hebben.
b. Indien de jury fout schrijft, dient het juiste getal ingevuld en geparafeerd
te worden door de ringleider voor het baknummer.
c. Bij doorhalingen, welke dan ook, telt automatisch
het laagste, leesbare getal.
d. De jury geeft de wedstrijdkaart door aan het jurylid van de volgende bak.
e. Na de 10e beurt genoteerd
te hebben moet het jurylid de kopie van de wedstrijdkaart aan de speler geven
en het origineel aan de ringleider. In geen geval mag de complete kaart aan
de speler worden gegeven.
f. Indien ter plaatse aangetoond kan worden dat de
speler toch ten voordele van zichzelf wijzigingen heeft aangebracht, zal de
wedstrijdleider onmiddellijk strafmaatregelen nemen. Deze kunnen bestaan uit
het aftrekken van een beurt tot het aftrekken van de totale 10 beurten.
g. Tijdens het sjoelen en jureren mag niet gerookt,
gedronken of gegeten worden
8 SLOTBEPALINGEN
In die gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de wedstrijdleiding.
ASV'85
De sjoelsite van Nederland.
Laatste sjoelnieuws
Hier vindt u de allerlaatste sjoel nieuwtjes Lees verder >>
