
De sjoelsite van Nederland.![]()
Sjoelen -sjoelbak- Dutch Shuffleboard - Jakkolo - Billard Hollandais
De sjoelsite wordt beheerd door:Rien Reijns e-mail
SPELREGELS
ALGEMEEN
Indien in dit reglement hij,
deelnemer, speler, enz. wordt vermeld, dan worden hiermee ook de vrouwelijke
leden bedoeld, tenzij dit uitdrukkelijk anders is bepaald.
SPEELWIJZE
a. Elk spel begint met 30 schijven.
b.
De deelnemer wordt geacht de schijven vóór aanvang van
het spel te hebben geteld.
c. Een schijf is in het spel zodra deze de streep bij de afzetbalk geheel
voorbij is.
d.
Is een schijf eenmaal in het spel dan mag deze door niemand meer aangeraakt
worden. Uitzonderingen hierop zijn:
1.
Een schijf die buiten de bak geraakt.
2.
Een schijf die over de poortenbalk heen in een vak geraakt.
3.
Een schijf die, anders dan door de poortenbalk, uit het vak geraakt en op welke
manier dan ook:
a. terugkomt in hetzelfde vak,
b. terugkomt in één van de overige vakken,
c. op één van de wanden van het vak blijft rusten
en geen contact heeft met de bodem van het vak of met een of meerdere schijven
in het vak
(zie de
toelichting hieronder).
In
bovenstaande gevallen neemt de jury de schijf direct uit het spel.
Toelichting
de schijf is uit het vak en wordt dus direct weggenomen:
de schijf is in het vak en wordt dus niet
weggenomen:
Een schijf is in het vak als deze onder de afzetbalk door, de voorkant
van de poortenbalk geheel is gepasseerd. In twijfelgevallen dient de jury een
recht afsluitlatje tegen de voorkant van de poortenbalk te schuiven, beweegt
hierbij de schijf dan is deze niet in het vak.
f. De jury stapelt de schijven op stapels van 4 voor de eerste
PUNTENTELLING
De puntentelling dient als volgt te
geschieden:
in elk vak 1 schijf = 20 punten,
in elk vak 2 schijven = 40 punten,
in elk vak 3 schijven = 60 punten,
enz.
Bevinden zich buiten deze berekening
nog meer schijven in een vak dan tellen deze schijven elk voor de punten van
dat vak.
Voorbeeld:
In elk vak liggen 5 schijven en een
extra schijf in vak 4.
De telling is dan 100 + 4 = 104
punten.
Maximaal haalbaar is dus 148 punten.
Boven de maximale score van 148
punten kan nog een bonus van maximaal 8 punten worden behaald indien de speler
de score van 148 punten behaald heeft in maximaal twee onderbeurten.
Indien
De schijf wordt gespeeld waarna opnieuw
wordt gestapeld. Indien de schijf twee keer terug moet worden gegeven, wordt
diezelfde schijf nogmaals gespeeld. Alleen het
resultaat van de gespeelde schijf in de eerste en, indien van toepassing,
tweede keer telt. Het aantal behaalde bonuspunten wordt berekend volgens
bovenstaande puntentelling, maximaal kan dus twee keer 4 bonuspunten worden
behaald. De uiteindelijke score is de som van de behaalde punten en
bonuspunten.
Voorbeelden.
1. Een speler heeft 148 punten
gescoord in twee onderbeurten. Hij krijgt nu nog één schijf terug, welke hij in
vak 2 werpt.
De speler heeft nu 148 + 2 = 150
punten behaald.
2. Een speler heeft 148 punten
gescoord in één onderbeurt. Hij krijgt nu nog twee keer één schijf terug.
De
eerste keer werpt hij deze in vak 4, de tweede keer in vak 1. De
speler heeft nu 148+4+1=153 punten gescoord.
SPELVOLGORDE
Een sjoelbeurt bestaat uit 3
onderbeurten in de volgende volgorde te spelen:
a. De speler telt de 30 schijven.
b.
Na toestemming van de jury werpt de speler deze 30 schijven en geeft duidelijk
te kennen dat alle schijven geworpen zijn.
c. De jury bepaalt welke schijven in de vakken mogen blijven en geeft de
resterende schijven terug, evenals de schijven die tot de uitzonderingen
behoorden volgens art. 3.2.d.
d.
De jury stapelt vervolgens de schijven en geeft hierna toestemming met de
resterende schijven te spelen. Het stapelen geschiedt volgens het
spelreglement. De speler controleert de terug te ontvangen schijven en start
met de 2e onderbeurt.
e. Na de 2e onderbeurt volgt de behandeling
volgens c. en d.
f. De speler werpt daarna voor de laatste maal met de dan overgebleven
schijven, de 3e onderbeurt.
g.
De jury bepaalt vervolgens weer welke schijven in de vakken mogen blijven en
gaat dan tot de puntentelling over. De jury zegt aan de speler de score en na
instemming van de speler wordt het resultaat genoteerd op de wedstrijdkaart,
welke daarna desgewenst aan de speler wordt getoond.
h. Als een speler in twee onderbeurten 148 heeft geworpen, dan krijgt hij
één schijf terug om te probe-ren nog maximaal 4
bonuspunten te behalen zoals is beschreven in art. 4.
Wordt in één onderbeurt 148
gescoord, dan krijgt de speler twee keer één schijf terug om te proberen nog
maximaal 8 bonuspunten te behalen zoals is beschreven in art. 4.
i. Zijn na de 1e of 2e
onderbeurt reeds alle schijven in de vakken, maar is
er geen 148 gescoord, dan gaat de jury over tot de puntentelling.
BEPALINGEN
a. Een speler mag naar eigen keuze zittend of staand sjoelen, maar blijft
tijdens en na het spel te allen tijde achter de bak.
b.
Een speler mag op verzoek 5 schijven op proef spelen.
c. Na aanvang van een beurt, dus na het werpen van de eventuele 5
proefschijven, mag niet meer aan de sjoelbak geschoven worden. Iedere speler draagt
er zorg voor dat de bak in de oorspronkelijke stand terug geplaatst wordt. Een
speler mag geen veranderingen aan het spelmateriaal aanbrengen door
glijmiddelen of tussentijds poetsen.
d.
Als tijdens het spelen een schijf breekt dan moet de gehele beurt opnieuw
gespeeld worden.
e. Als een spel met meer dan 30 schijven is gespeeld dan vervalt de beurt
en moet opnieuw gespeeld worden.
f. Is het spel met minder dan 30 schijven gespeeld dan is geen correctie
mogelijk.
g.
Tijdens het sjoelen mag de jury niet praten en/of
andere handelingen verrichten die de speler kunnen beïnvloeden. Alleen op
verzoek van de speler mag de jury aangeven hoeveel schijven in de vakken zijn.
h. Op de afzetbalk mogen geen schijven geplaatst worden.
ASV'85
De sjoelsite van Nederland.
